Rood, geel en groen

Het aardewerk van de pottenbakkers van Gouda (1570-1940).

Lang voordat Gouda naam maakte als plateelstad hadden de pottenbakkers al een vooraanstaande positie op de Nederlandse aardewerkmarkt. Samen met de andere grote productiecentra – Bergen op Zoom, Oosterhout en Friesland – voorzagen ze de Hollandse keukens van kook- en bakgerei, tafelgoed als kannen, kommen en schotels en vele andere nuttige zaken. Tot na de Tweede Wereldoorlog was er een markt voor, totdat moderne materialen als roestvrij staal en plastic een einde maakten aan het eeuwenoude, arbeidsintensieve ambacht. Naast het gewone, rode goed specialiseerden de Goudse pottenbakkers zich al vroeg in groene en gele varianten, die zeer in trek waren. In de 18de eeuw domineert het geel. De tentoonstelling is te zien tot en met 27 januari te zien in Museum Gouda.

Vanaf het eind van de zestiende eeuw kwam in Gouda het pottenbakkersambacht tot ontwikkeling. In de straatjes van de binnenstad, met de westzijde van de Raam als favoriete plek, werden werkplaatsen ingericht met inpandige ovens waar de pottenbakkers, geassisteerd door enkele knechten, het aardewerk voor dagelijks huis-, tuin en keukengebruik vervaardigden. Het assortiment is breed: kook- en bakgerei, kannen, vergieten, koppen, kommen, komforen, po's, kinderspeelgoed en nog veel meer. Mede dankzij de inkomsten die ze verkregen met het bakken van de tabakspijpen voor de sterk gegroeide pijpennijverheid, konden ze meer dan drie eeuwen overleven.

Gouda maakte een goed product en was samen met de pottenbakkers van Bergen op Zoom, Oosterhout en Friesland actief op de nationale aardewerkmarkt. Vanaf 1650 verdrongen deze vier centra de lokale collega's in andere Hollandse steden zoals Leiden, Delft, Amsterdam en Rotterdam. Gouda legde zich vanouds toe op groen en geel aardewerk, naast het gebruikelijke rode goed. Hiervoor werd speciale klei geïmporteerd uit Oost-Friesland, de witte aarde. Later werd vooral de pijpaarde uit de omgeving van Keulen benut.

Van het vroege aardewerk – van vóór 1800 – is nog betrekkelijk weinig bekend. Ovenafval en beerputten ontbreken vrijwel in Gouda, maar niettemin is het aannemelijk dat de in Gouda gevonden potten ook in die stad gemaakt zijn. Dat geldt evenzeer voor een deel van de vondsten, met name het groene en gele goed, gevonden in Amsterdam, Rotterdam en Zeeland, plaatsen waarvan bekend is dat ze Gouds aardewerk kochten. Door de activiteiten van de stadsarcheoloog en de Archeologische Vereniging Golda en ook de vondsten van elders, kan nu toch een beeld van de Goudse aardewerkproductie van die periode worden gegeven.

Het meeste aardewerk dat in deze tentoonstelling wordt getoond, dateert van de negentiende en twintigste eeuw. Een deel ervan is oud museumbezit en geschonken door Goedewaagen, Jonker en Prince, de belangrijkste Goudse fabrikanten. Mede dankzij bewaarde catalogi kunnen veel voorwerpen met zekerheid aan Gouda worden toegeschreven. Naast een keur van kannen, vergieten, kookpannen en ander dagelijks goed, zijn er bijzondere waterfilters te zien, afkomstig van de firma Zwartjes. Verder is er een negentiende eeuwse collectie gipsvormen waarmee de pottenbakkers onder andere tulbandspannen, evenveeltjespannen en puddingvormen vervaardigden. Vooral met het laatstgenoemde artikel had Gouda veel succes, net als met de thee- en chocoladeketels en de theestoofjes die in een eindeloze variatie werden geproduceerd.

Heel bijzonder is een verzameling aardewerk, afkomstig uit het wrak van een schip dat omstreeks 1870 verging in de buurt van het huidige Lelystad. Het schip is in 1972 opgegraven door de Afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De lading bestond uit steenkolen en een handelsvoorraad aardewerk, die zo duidelijk van Goudse makelij is, dat een deel ervan voor de duur van de tentoonstelling teruggehaald is naar Gouda.

Eerder dan in de andere centra werd er in Gouda gemechaniseerd door de grotere fabrikanten Jonker en Prince, die elk in de negentiende eeuw een aantal pottenbakkerijen beheerden en schaalvergroting realiseerden. Hierdoor nam Gouda vanaf 1870 een voorsprong op de concurrentie.

In 1898 introduceerde Adrianus Jonker Kzn., mede-eigenaar van drie pottenbakkerijen, het plateel dat Gouda wereldwijd beroemd zou maken. Die bekendheid heeft het gewone pottenbakkersgoed decennia lang overschaduwd. Maar de Goudse plateelindustrie is onlosmakelijk verbonden met zowel het oude pottenbakkersambacht als met de tabakspijpenindustrie. Naast de firma Jonker hebben pijpenmakers Van der Want (Ivora, Regina, Zenith) en Goedewaagen dit nieuwe kunstaardewerk vormgegeven, met in hun kielzog vanaf 1920 tal van kleinere fabrikanten, voor een groot deel opgericht door oud-werknemers van de pottenbakkerijen en de nieuwe plateelfabrieken.

Bij deze tentoonstelling verschijnt de publicatie ‘De pottenbakkers van Gouda (1570-1940) en hun betekenis voor de Nederlandse keramiek.’ (Primavera Pers). Dit boek is verkrijgbaar in de museumwinkel voor € 39,50. ‘Rood, geel en groen’ is te zien in de periode 23 september 2012 t/m 27 januari 2013.

  • aardewerk
  • aardewerk
  • de opening op 22 september 2012
  • in de tentoonstelling
  • Hans Vogels opent de tentoonstelling

Hier vindt u ons

Museum Gouda
Achter de Kerk 14
2801 JX Gouda
Oosthaven 9 (tevens museumwinkel)
Routebeschrijving

Contact

T 0182 331 000
F 0182 331 019
info@museumgouda.nl

Laatste tweets

Uiterste inzenddatum 7 januari 2018! https://t.co/P1uY4zbkOD

Vanaf 17 februari 2018 in Museum Gouda: Pieter Pourbus. Meester-schilder. https://t.co/uhRWlJA2Xk

MuseumGouda

Openingstijden

Dinsdag t/m zondag 11.00-17.00
Speciale feestdagen

Parkeertip: Q-park Bolwerk
Meer informatie

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven? Meld u dan snel aan voor onze nieuwsbrief!