Peinture Céramique

19.03.10 - 30.05.10

Op de Salon d’Automne van oktober 1907 presenteerde kunsthandelaar Ambroise Vollard ruim 100 stukken keramiek, geschilderd door diverse Fauvistische schilders uit zijn eigen galerie en gemaakt in het Parijse atelier van keramist André Metthey. De vazen en borden van onder andere André Derain, Maurice de Vlaminck, Henri Matisse en Georges Rouault werden gekenmerkt door spontaan opgebrachte, expressieve voorstellingen (bloemen, pastorale landschappen), uitgevoerd in overwegend felle, sprekende kleuren en werden door zowel Vollard als Metthey gezien als een poging om de eigentijdse keramiek te vernieuwen. Critici reageerden wisselend, soms negatief vanwege de discrepantie tussen keramiek en het werk op doek van deze ‘grote schilders’, maar vaak ook positief vanwege de verrassende, directe resultaten die hier geëxposeerd werden. Commercieel was het echter geen succes, want veel keramiek bleef onverkocht. Zo’n 30 jaar later schonk Vollard alle stukken die op dat moment nog in zijn bezit waren, aan het Musée d’art moderne in Parijs. Daar vormt deze uitgebreide collectie siervazen en wandborden tot op de dag van vandaag een van de voornaamste bezienswaardigheden.


Over het eigen oeuvre van André Metthey (1871-1920), en over de niet altijd even gemakkelijke samenwerking met beeldend kunstenaars die nog nooit met gedecoreerd aardewerk te maken hadden gehad,  zijn sindsdien diverse artikelen en catalogi verschenen, en ook meerdere tentoonstellingen (Nice/Brugge, St. Tropez) georganiseerd. Ook andere kunstenaars hebben zich in de loop der tijd intensief met keramiek beziggehouden. Pablo Picasso is waarschijnlijk de bekendste, maar ook van iemand als Raoul Dufy was vorig jaar in het Gentse Designmuseum een mooie expositie te zien. Vorig jaar gaf ook de tentoonstelling ‘The Unexpected’ in het Stedelijk Museum te ’s-Hertogenbosch een uitgebreid overzicht van de diversiteit, creativiteit en verrassende technieken van wat algemeen als ‘kunstenaarskeramiek’ wordt genoemd. Den Bosch maakte duidelijk dat aardewerk voor kunstenaars tot op de dag van vandaag een uitdagend medium is en niet voor niets vormt het sinds jaren de kern van hun aankoopbeleid.

 
Gouda op haar beurt is bekend om haar aardewerkindustrie, zij het dat dat inmiddels geschiedenis geworden is, want gedecoreerd sieraardewerk (plateel) wordt er nauwelijks meer geproduceerd. Wel bestaat er nog steeds de keramiekopleiding, indertijd de Kleischool genaamd, tegenwoordig de Stichting Bevordering Beroepsopleiding, afdeling keramiek en die bestaat in 2010 precies 100 jaar. Op basis van het initiatief van Ambroise Vollard, ook ruim 100 jaar geleden, nam museumgoudA het idee op om iets soortgelijks met hedendaagse kunstenaars te gaan doen in samenwerking met de SBB Gouda. Een dergelijke gedachte ontstaat misschien snel, maar de uitvoering blijkt een stuk ingewikkelder want je hebt met een hoop materiaaltechnische mogelijkheden maar zeker ook beperkingen te maken. Tegelijkertijd is de (relatieve) onbekendheid van veel kunstenaars met het materiaal ‘aardewerk’ in vele facetten juist ook een voorwaarde, want juist dat inspireert de deelnemende kunstenaars, dat stimuleert  ook tot onverwachte resultaten.

In totaal werden 17 kunstenaars uitgenodigd, en allemaal waren zij zeer enthousiast om mee te doen. Om toch een beetje te testen (en te leren voor de organisatie) gingen twee van hen, Marjolijn van den Assem en Roland Sohier, een dag in maart 2009 aan het werk in het pottenbakkersatelier van Pim en Niek Hoogland in Tegelen. Daar werken impliceert de slibtechniek, en daar zijn in een dag tijd dan ook meerdere vazen, en ook enkele tegels geproduceerd. De kunstenaars, Pim en Niek en ook museumgoudA waren zeer tevreden met de behaalde resultaten, reden om met het voorgestelde project met de Keramiekopleiding in Gouda door te gaan, maar dan met meer kunstenaars en ook andere docenten. Aan de ene kant Mathieu van der Giessen die in Gouda les geeft in de eerdergenoemde slibtechniek, aan de andere kant Trudy Otterspeer die met keramische verven op biscuit werkt, min of meer vergelijkbaar met het beroemde Goudse plateel. Uit die technieken konden de kunstenaars ook kiezen. Sommige kozen resoluut en uitsluitend voor slib of biscuit, andere werkten liever in de beide technieken, soms zelfs een combinatie.

 

In de aanloop tot het project dat halverwege november 2009 van start ging en toen wel door iedereen met een zekere spanning tegemoet werd gezien, werd ervoor gekozen alleen met vazen te gaan werken en wel steeds hetzelfde, handgedraaide model van circa 40 cm hoog. Elke kunstenaar decoreerde in principe twee van dergelijke vazen, afhankelijk van de gekozen techniek, biscuit of nog vochtige klei. Zoals te verwachten viel waren de door de kunstenaars toegepaste technieken en materialen zeer uiteenlopend. Daadwerkelijk schilderen met slib, materiaal toevoegen dan wel wegnemen met een spatel, werken met hulpmiddelen zoals Dremels om in het zachte materiaal te kunnen tekenen, engobes die gedeeltelijk weer werden verwijderd.  Schilderen op biscuit als plateel kende als eerste, en misschien wel voornaamste handicap, dat de kleur pas echt zichtbaar zou worden na glazuren en bakken. Bovendien kon er niet zoals op doek, laag over laag geschilderd worden. En tenslotte was er natuurlijk ook het gegeven dat de voorstelling rondom de vaas liep, en niet op een plat vlak. Vrijwel elke kunstenaar kwam met een vooropgezet idee, of zelfs een uitgewerkt plan in de vorm van schetsen en/of materialen.

 

Heel opvallend is eigenlijk dat er nauwelijks iets mislukt is. Natuurlijk is er de verrassing wanneer de stukken geglazuurd zijn (mat en/of glanzend) en vervolgens gebakken, maar dat aspect was inherent aan het hele (tentoonstellings)project dat inmiddels de naam ‘Peinture céramique’  had meegekregen. Met name de verandering die door het glanzend glazuren  optrad in de felheid, de intensiteit van de gebruikte kleuren, was voor veel kunstenaars een grote verrassing, temeer omdat de vazen na het decoreren tussentijds ook een keer, ongeglazuurd, de oven waren ingegaan. Het verschil na het derde verblijf bleek enorm, maar, en dat is ook een kenmerk van het hele project, is onomkeerbaar. Toch is iedereen tevreden met de behaalde resultaten, en betekent deze eerste ervaring met aardewerk voor sommige kunstenaars ook een goede reden om ermee door te gaan. Verder experimenteren of juist meer kennis opdoen over de techniek van het pottenbakken.

 

Mooi  is ook het verschil tussen de slibtechniek en zeg maar, het plateel. De slibtechniek, het werken in de nog vochtige klei, laat meer experiment toe, is ook minder voorspelbaar, zelfs minder herkenbaar waar het de resultaten van de deelnemende kunstenaars betreft. Als zodanig komt het plateel dichtst bij schilderende praktijk van de kunstenaars.

Alle 34 vazen zijn te zien op de expositie die vanaf 20 maart 2010 in museumgoudA te zien zal zijn, precies in het weekend dat de Goudse Keramiekopleiding haar 100-jarig bestaan viert met een groot symposium.  Juist vanwege dit jubileum exposeren ook de docenten van de SBB met eigen werk in het museum en zal er ook werk te zien zijn van de twee docenten van het allereerste uur, Pim en Niek Hoogland.

 

Deelnemende kunstenaars:

-         Marjolijn van den Assem

-         Gijs Assman

-         Carel Blotkamp

-         Lisa Couwenbergh

-         Paul van Dijk

-         Moritz Ebinger

-         Lizan Freijsen

-         Helen Frik

-         Bettie van Haaster

-         Dorian Hiethaar

-         Gabriëlle van de Laak

-         Hieke Luik

-         Sonia Rijnhout

-         Roland Sohier

-         Arjanne van der Spek

-         Hans Tutert

-         Mary Waters

 

 


 

Tentoonstelling ‘Peinture céramique’

20 maart t/m 30 mei 2010

 

The Camtasia Studio video content presented here requires a more recent version of the Adobe Flash Player. If you are you using a browser with JavaScript disabled please enable it now. Otherwise, please update your version of the free Flash Player by downloading here.