Dit najaar vertelt Museum Gouda een bijzonder en nog onbekend verhaal over de grootste, kostbaarste en meest prestigieuze kunstobjecten uit de 16e en 17e eeuw: wandtapijten.
Recent onderzoek wijst uit dat Gouda bijna twee eeuwen lang hét centrum van tapijtkunst was in de Noordelijke Nederlanden. Deze tapijten sieren wereldwijd nog altijd de muren van kastelen en paleizen. Zo zagen we in 2025 koning Willem-Alexander en koningin Máxima tijdens hun staatsbezoek aan Zweden voor een serie levensgrote wandtapijten staan die in Gouda zijn gemaakt. ‘Wonder Walls’ is de eerste grote tentoonstelling in Nederland over deze rijke kunstvorm. Met monumentale bruiklenen uit binnen- en buitenland vertelt Museum Gouda verhalen over migratie, uitwisseling, handelsgeest en vrouwelijk ondernemerschap, alsmede over status en luxe en de keerzijde daarvan.
Het onbekende verhaal achter de meest luxueuze kunstvormen van Europa
Wat migratie een stad kan brengen. Eind 16e eeuw verwelkomt Gouda vluchtelingen uit Vlaanderen en krijgt er topkunst voor terug die zich over heel Europa zal verspreiden. Wandtapijten vormen op dat moment de meest prestigieuze kunstvorm die er is. Door hun monumentale formaat, kostbare materialen en arbeidsintensieve productie gelden ze als statussymbolen van de hoogste orde. Vorsten en edelen gebruiken ze niet alleen om paleizen en kastelen te verfraaien en te isoleren, maar ook als diplomatieke geschenken en indrukwekkend decor bij officiële ontvangsten. Wandtapijten zijn het ultieme luxeproduct – zo zijn de Rafaël-tapijten voor de Sixtijnse Kapel vijf keer duurder dan Michelangelo’s plafond. En de Engelse koning Hendrik VIII laat tapijtreeksen maken die evenveel kosten als een volledig uitgerust slagschip. ‘Wonder Walls’ laat ook zien waarom wandtapijten zo bijzonder zijn: ze combineren artistieke rijkdom met mobiliteit. Anders dan muurschilderingen kunnen ze worden opgerold en vervoerd, waardoor ruimtes in korte tijd veranderen in rijk gedecoreerde zalen. Hierdoor worden wandtapijten ook wel de ‘mobiele fresco’s van het noorden’ genoemd.
Vrouwelijke ondernemers
Aanleiding voor de tentoonstelling ‘Wonder Walls’ is het onderzoek van dr. Rudy Jos Beerens van het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Hij heeft in kaart gebracht hoe Vlaamse wandtapijtwerkers er vanaf het einde van de 16e eeuw als vluchtelingen in slagen dankzij sociale netwerken en commerciële strategieën de tapijtkunst in Gouda tot bloei te laten komen. Binnen het onderzoek bekeek Beerens tevens de rol van vrouwen in de tapijtindustrie en hij kwam tot verrassende conclusies. ‘Wonder Walls’ onthult zo verhalen over migratie, uitwisseling en creatief ondernemerschap van zowel mannen als vrouwen.
Nationale en internationale bruiklenen
Belangrijke bruiklenen komen voor deze tentoonstelling uit onder meer Zweden en Frankrijk maar ook uit Nederlandse collecties. Uit het indrukwekkende Slot Skokloster bij Stockholm keren tapijten voor het eerst in eeuwen terug naar ons land. Uit het Rijksmuseum in Amsterdam komt het wandtapijt Orestes’ wraak op Aegisthus (ca. 1650). Het werd gemaakt in het destijds hoog gewaardeerde atelier van Pieter de Cracht, schoonzoon van de Oudenaardse wever Jacques Nauwincx, die zich in 1591 in Gouda vestigt. Het tapijt maakt deel uit van een populaire zeldzame serie van vijf werken rond de klassieke verhalen van Orestes en Iphigeneia. Het stadsbestuur van Gouda koopt eind 16e eeuw al de eerste stukken voor het stadhuis. In de tentoonstelling is ook een monumentaal tapijt te zien dat sindsdien in het Goudse stadhuis hangt. Tot op de dag van vandaag vormt het ruim tien meter lange landschap het vaste decor voor veel Goudse bruiloften. Dit jaar ondergaat het stadhuis een grote renovatie en wordt ook dit geliefde wandtapijt gerestaureerd. Bij hoge uitzondering komt het naar Museum Gouda, om daarna weer voor de komende eeuwen terug te keren naar zijn vertrouwde plek.
Ontdekkingstocht
Bezoekers stappen in deze tentoonstelling letterlijk een andere wereld binnen. In een overweldigend groen landschap van loofbomen, bloemen en vogels ontvouwt zich een omgeving vol details, doorkijkjes en verrassingen. Wat eerst een bos lijkt, blijkt bij nader inzien een rijk gedecoreerde kamer. Die ervaring vormt het vertrekpunt voor een ontdekkingstocht langs de belangrijkste makers, hun technieken en verhalen en de internationale betekenis van de wandtapijtkunst. Metershoge wandtapijten uit collecties in binnen- en buitenland transformeren de museummuren tot ”wonder walls’. Achter de tapijten gaat een wereld schuil waarvan het bestaan tot nu toe nauwelijks bekend was. De tentoonstelling beantwoordt vragen als: wie maakten deze tapijten, hoe werden ze vervaardigd en waarom speelde juist Gouda hierin zo’n belangrijke rol?
Gouda als internationaal centrum van tapijtkunst
Vanaf de jaren 1580 groeit Gouda in hoog tempo uit tot hét centrum van de tapijtproductie in de Noordelijke Nederlanden. Protestantse Vlaamse ambachtslieden trekken door politieke en religieuze onrust naar het noorden, en Gouda haalt hen actief binnen met gratis poorterschap, belastingvoordelen en huisvesting. De kloosters die leegstaan sinds de reformatie blijken een schot in de roos: ze bieden precies de ruimte die nodig is voor weefgetouwen van wel vier meter breed. Zo ontstaat een bloeiende industrie, waarin in de 17e eeuw naar schatting zo’n 450 tapijtmakers werkzaam zijn, verspreid over ongeveer veertig ateliers in de stad. In de tentoonstelling maakt een reproductie van een 16e-eeuwse kaart zichtbaar waar die kloosters – en dus de weverijen – zich bevinden. De Vlaamse migranten geven Gouda twee eeuwen lang een economische én artistieke impuls.
Op het pluche
Niet alleen de wanden, ook meubels worden in die tijd opgeluisterd met weefkunst. Zo heeft iedereen die lid is van een gilde, of deel uitmaakt van de vroedschap of het burgemeestersambt, een eigen kussen. Deze heren zitten dus letterlijk op het pluche. De rijkdom van de elite-klanten van de tapijtindustrie heeft echter vaak ook een keerzijde, ook daarvoor is aandacht in de tentoonstelling. Het museum legt ook de lijn naar het heden. In een bijzonder kunstproject gaat ontwerper Mina Abouzahra aan de slag met hedendaagse ‘gilden’ om een eigen kussen te ontwerpen, met eigen symbolen gebaseerd op de Amazigh-beeldtaal, de culturele achtergrond van een op de tien tegenwoordige Gouwenaars. De kussens worden in Marokko geweven met technieken die nauwelijks verschillen van die van eeuwen geleden, en krijgen ook een plek in de tentoonstelling.
Audiotour
Bij de tentoonstelling verschijnt een audiotour waarin conservator Ingmar Reesing inzoomt op details die je gemakkelijk over het hoofd kan zien.
Publicatie
Museum Gouda maakt in eigen beheer een kleine geïllustreerde publicatie bij deze tentoonstelling.
Publieksprogramma
Rond ‘Wonder Walls’ organiseert Museum Gouda een uitgebreid publieksprogramma, van een offline ‘yap & yarn’ avond tot workshops waarin bezoekers creatief met textiel aan de slag kunnen. Actuele informatie over het programma is te vinden via de website van het museum.