Buiten schilderen

t/m2 februari 2020

Vanaf 26 februari staan in Museum Gouda negentiende-eeuwse schilders uit de Franse kunstenaarskolonie Barbizon en de Nederlandse tegenhanger in Oosterbeek centraal. Voor het eerst in de geschiedenis trokken deze kunstenaars erop uit en schilderden zij het landschap in de buitenlucht.

Werden tot dat moment dergelijke schilderijen in het atelier gemaakt, het live vastleggen van de steeds veranderende natuur zorgde voor een belangrijk kantelpunt in de kunstgeschiedenis. De tentoonstelling toont prachtige landschappen van onder andere Rousseau, Daubigny, Corot, Maris, Mauve en Gabriël. Speciaal voor de tentoonstelling heeft Museum Gouda de tentoonstellingszalen in een nieuw jasje gestoken.

School van Barbizon

Verdreven door de drukte van Parijs en aangetrokken door de ongerepte bossen van Fontainebleau vestigden enkele kunstenaars zich rond 1840 in het plattelandsdorpje Barbizon, even ten zuiden van de Franse hoofdstad. De schilders van Barbizon trokken de natuur in en brachten het landschap op vernieuwende wijze in beeld. Met snelle, losse penseelstreken schilderden zij het ongecultiveerde landschap zoals zij het voor zich zagen. Dit in tegenstelling tot de tot dan toe heersende Romantiek, waarbij historische gebeurtenissen en geïdealiseerde landschappen de norm waren.

Introductie van de verftube

Vanwaar deze kentering? Belangrijk was de introductie van de verftube. Voor die tijd moesten kunstenaars hun verf zelf maken en waren zij gebonden aan hun ateliers. Nu konden zij kant-en-klare verf ter plekke meenemen en werken in de buitenlucht. Gewapend met doek, schildersezel en -kist trokken ze erop uit. Geliefde onderwerpen waren het ‘ware’ plattelandsleven, dieren en de ongerepte natuur met woeste bos- en rotspartijen.

Oosterbeek

In navolging van de Franse schilders trokken ook Nederlandse kunstenaars de natuur in. Dat gebeurde in en rond Oosterbeek. Bekende namen waren Bilders, Maris, Mauve en Gabriël. Met de aanleg van een spoorverbinding tussen Amsterdam en Arnhem in de jaren 1840 konden zij eenvoudig naar de Veluwezoom reizen. Oosterbeek werd het ‘Nederlandse Barbizon’. Het buiten schilderen betekende voor enkele kunstenaars een ommekeer in hun carrière. Ze werden de bekendste schilders van de Haagse School.