Bekijk alle tentoonstellingen

Wonder Walls

vanaf 26 september 2026

Wie de tentoonstelling binnenloopt, stapt in een geweven boslandschap. Tussen loofbomen en bloemen ontdek je exotische vogels en een nieuwsgierige vos. Een meesterwerk, waar zich een verhaal van ongekende luxe, technisch vernuft en handelsgeest omheen ontvouwt. Draadje voor draadje ontrafelt Museum Gouda het verhaal achter een vergeten wereldmerk.

Wandtapijten waren eeuwenlang hét ultieme luxeproduct. Zo kostten de tapijten die Rafaël ontwierp voor de Sixtijnse Kapel wel vijf keer meer dan Michelangelo’s geschilderde plafond. Het epicentrum van deze weefkunst in de Noordelijke Nederlanden? Gouda, waar in de 17de eeuw zo’n 450 tapijtwerkers weefden voor opdrachtgevers uit binnen- en buitenland. Voor deze tentoonstelling keren topstukken uit Zweden, Parijs en het Rijksmuseum na eeuwen terug naar de stad waar zij ooit ontstonden. In het schemerduister van de zalen lichten de metershoge weefsels op, net zoals ze ooit paleizen en stadhuizen opluisterden.

Invloeden van buiten

Hoe kon Gouda zo plotseling uitgroeien tot tapijtstad? Doordat de stad met open armen vluchtelingen uit Vlaanderen ontving eind 16de eeuw. Hun weefgetouwen pasten perfect in de leegstaande kloosters. De bevolking groeide in enkele decennia met de helft en Gouda werd dé tapijtstad van de Republiek. Toen de Engelse koningin Henrietta Maria in 1642 de stad aandeed, hing het stadhuis van binnen en buiten vol met tapijten: “Het stadhuijs was rondsomme met tapijtserije behangen“, noteerde een ooggetuige.

Draadje voor draadje

Zo’n metershoog weefsel ontstond op een horizontaal weefgetouw, vaak zo breed als het tapijt hoog was. De wever spande er eerst lange kettingdraden van ongeverfde wol of linnen op. Daartussendoor bracht hij met kleine spoeltjes gekleurde draden van wol en zijde aan, en zo groeide de voorstelling stukje bij beetje. Omdat alleen de achterkant zichtbaar was tijdens het werk, werd in spiegelbeeld geweven. Dat was priegelwerk: gemiddeld kwam een wever niet verder dan de oppervlakte van een gebalde vuist per dag. De productie van een groot tapijt kostte dan ook vele maanden.

De vrouw achter het tapijt

Zij ondertekende met een kruisje, want schrijven kon ze niet. Toch leidde ze een weefatelier van wereldformaat. Eeuwenlang werd het tapijt uit de Goudse trouwzaal toegeschreven aan een mannelijke wever, maar nieuw onderzoek onthult de ware maker: Jannetje Wouters (ca. 1640-1722). Op de rekeningen tekende haar zoon Frans, uitdrukkelijk in opdracht van zijn moeder. Wie de leiding had, stond dus zwart op wit. Jannetjes meesterwerk is nu eenmalig in het museum te zien, waarna het terugkeert naar het stadhuis.

Op het pluche

De opdrachtgevers van deze geweven schatten waren stadhouders, keurvorsten en zelfs het Zweedse koningshuis. En lokale regenten lieten kussens maken met hun familiewapen, waarop ze letterlijk verheven zaten boven het gewone volk. Een traditie die we samen met ontwerper Mina Abouzahra nieuw leven inblazen, maar niet meer alleen voor de ‘hoge heren’. Hedendaagse gilden van sportclub tot buurtinitiatief krijgen een plek naast hun eeuwenoude tegenhangers.

Kom ervaren

Voel de geweven structuur van het voeltapijt, ontdek verborgen details met de audiotour en ga zelf aan de slag in ons open atelier. Of volg samen met je (klein)kinderen de drode draad in ons familiespoor. Bij de tentoonstelling organiseren we bovendien allerlei activiteiten, van een DIY-avond tot een yap & yarn-event.

De tentoonstelling ‘Wonder Walls’ kwam tot stand in samenwerking met het RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis en wordt mede mogelijk gemaakt door het Mondriaan Fonds, het Cultuurfonds, VSBfonds, de Gravin van Bylandt Stichting en Zonta Nederland.